Welk effecten merkt Henny Visser van alle Coronamaatregelen op haar cliënten? We vroegen het haar.

De reacties zijn eigenlijk heel divers. Sommige mensen voelen zich veel beter. Anderen veel slechter en sommigen raken zelfs in crisis. Sommige cliënten met smetvrees noemen dat ze in de Coronatijd een soort gerechtigheid ervaren. Dat wil zeggen dat nu eindelijk de mensen om hen heen eens ervaren hoe het is om bang te zijn voor een onzichtbaar gevaar. En hoe het is om in alle aspecten van het leven rekening te moeten houden met iets gevaarlijks. Zoals bijvoorbeeld het niet oplopen of doorgeven van een besmetting. Soms merken mensen dat hun partners nu meer maatregelen nemen of bepleiten dan zijzelf. Dat zij zelf niet bang zijn omdat zij geen obsessie hebben over Corona maar over iets anders.

Corona werkt destigmatiserend
Behalve dit idee van gerechtigheid krijgen sommigen van hen die erkenning ook van hun omgeving: ‘nu snap ik je echt veel beter’, ‘wat moet jij het al die tijd zwaar gehad hebben, ik begrijp dat je soms ruzie maakte als ik me niet aan jouw veiligheidsmaatregelen wilde houden’. Op een of andere manier werkt Corona daarmee destigmatiserend. Ook zijn er mensen met dwangklachten die het noodgedwongen thuiszitten en wegblijven bij en van anderen eigenlijk heerlijk vinden. Vaak schamen ze zich hier wel voor. Omdat de hele Coronatoestand natuurlijk een ramp is en voor veel mensen ziekte en verlies betekent. De maatregelen zorgen er echter voor dat er minder confrontatie is met de beperkingen die een dwangstoornis met zich meebrengt. Je hoeft niet meer uit te leggen waarom je liever geen hand geeft bijvoorbeeld. Want niemand doet het meer.

‘Zou kunnen’ gevaar
Een ander opmerkelijk effect is dat sommige mensen met dwangklachten opeens ontdekken dat zij zich voorafgaand aan de uitbraak van de pandemie al die tijd al gedroegen alsof er een onzichtbaar gevaar aanwezig was. Dat zij zich, wat zij hun naasten nu zien doen, voortdurend bezig hielden met de manieren waarop je met het onzichtbare gevaar in aanraking zou kunnen komen. Of geweest zou kunnen zijn. Maar dat het grote verschil is dat er nu daadwerkelijk iets aan de hand is. Iets onzichtbaars weliswaar. Maar er zijn toch evidente bewijzen dat hier en nu iets gaande is. Er worden vele mensen ziek opgenomen, er sterven er veel. De overheid en overheidsinstanties komen met actuele voorschriften en noodverordeningen. Er is met andere woorden hier en nu echt iets aan de hand.

Nieuwe inzichten
Op enkele van mijn cliënten – of die van collega’s – heeft dit het effect dat ze herkennen dat zij zich al die tijd met een weliswaar mogelijk maar toch denkbeeldig gevaar bezig hielden. En niet met een daadwerkelijk gevaar zoals het Coronavirus. Het maakt ook dat ze ineens voelen dat ze het heus wel merken als er iets aan de hand is. Waardoor maatregelen nemen om potentiële of mogelijke gevaren te bezweren helemaal niet nodig is. Met hen gaat het met de dwangklachten ineens stukken beter. Dit effect dat we zien heeft veel raakvlakken met de ‘IBA-methode’. Een behandeling waar we onderzoek naar doen, zie verderop in deze tekst.
Andersom gebeurt ook: mensen zien soms in de uitbraak een bevestiging van het nut en de noodzaak van hun dwanghandelingen. ‘Zie je wel je kunt het nooit weten. Er kan ineens een wereldwijd probleem ontstaan waar je eerst nog geen vermoeden van had’.

Mensen komen in de overleefmodus
Daarnaast, net als voor vele mensen zonder psychische klachten, hebben sommige mensen met dwangklachten juist last van de isolatie. Het gebrek aan contact, aan lijfelijkheid. Aan plezierige activiteiten buiten de deur, aan dagstructuur etc. Sommigen raken in crisis. De stress door thuiswerken en kinderen lesgeven. En het niet kunnen uitvoeren van bepaalde dwanghandelingen omdat alles door elkaar gaat lopen, zet mensen in een overleefmodus. Waarin het uitvoeren van dwanghandelingen erg voor de hand ligt. Het lastige daarvan is dat dit vaak snel als een olievlek uitspreidt over alle levensgebieden. Waarmee de ernst van de dwangklachten in een mum van tijd een piek bereikt. Van menig patiënt vernam ik dat de gewonnen ruimte na hard werken in therapie in een oogwenk verloren ging.

Hebben de Coronamaatregelen ook invloed op jou?
Zelf moet ik van tijd tot tijd ook zeilen bijzetten om de moed er in te houden. Ik mis vooral vrienden en collega’s en mijn zwemtraining. En ik vind het heel moeilijk om zo krampachtig anderhalve meter afstand van anderen te moeten houden. Het wordt al wat minder, maar aanvankelijk viel me ook op hoezeer ‘iedereen’ elkaar met enige achterdocht ontweek. Weinig glimlachende mensen, nauwelijks een groet. Het maakte me best somber. Nu merk ik dat het allemaal al weer wat luchtiger wordt op straat en in de supermarkt. Ik heb ook mijn draai wel gevonden met thuiswerken en beeldbellen. Vrienden ‘zien’ op facetime of skype is een troost. En lekker lang skeeleren en racefietsen tussen de weilanden evenzeer. En hier en daar een sociale verplichting minder is stiekem ook best lekker. Al met al kijk ik echter wel reikhalzend uit naar het post-Corona tijdperk.

Op wat voor manier ontvangen cliënten nu de behandeling? 
Binnen het Centrum voor Psychotherapie zijn voor de cliënten die deeltijd of klinische behandelingen krijgen manieren gevonden om de groepsbehandelingen voort te zetten. Deels op locatie en deels met beeldbellen. Op de polikliniek spreek ik, net als mijn collega’s, de meeste mensen via beeldbellen binnen de e-health omgeving. Anderen spreek ik telefonisch. Dit wijkt in zoverre af van ‘normaal’ dat voorheen iedereen hoofdzakelijk ‘face to face’ in de spreekkamer of groepsruimte gezien werd.

Zitten er voor- of nadelen aan online behandelen?
Ja, er zijn voordelen. Het scheelt mensen reistijd en reiskosten. Voor sommigen betekent dit dat de sessies vaker doorgaan. Omdat zij reizen naar de afdeling zo beangstigend vinden dat ze nogal eens afzeggen. Ook is het soms iets makkelijker te plannen. Doordat die reistijd er niet bijkomt. Naasten schuiven, indien gewenst, makkelijker aan bij de behandeling. Sommige mensen voelen zich ook veiliger in hun eigen omgeving dan in de spreekkamer en durven daarom grotere stappen te zetten in de sessie.

Veel oefeningen nu niet uitvoerbaar
Er zijn zeker ook nadelen. Allereerst bestaat de behandeling voor mensen met angst- en dwangklachten vaak uit (samen) op situaties af gaan die de patiënt beangstigend vindt. En dan veiligheidsmaatregelen achterwege (leren) laten. Zodat zij kunnen ontdekken dat dat veilig is. Op dit moment kun je niet samen met een patiënt ergens heen. Bovendien zijn veel oefeningen die passen in een behandeling voor angst- of dwangklachten nu niet uitvoerbaar. Je kunt iemand nu niet voorstellen om in allerlei openbare gelegenheden alle deurklinken aan te gaan raken en dan de hele dag daarna geen handen te wassen. Of om drukke gelegenheden op te zoeken, een volle trein in de spits naar een hoofdstad te nemen. Het vergt met andere woorden veel creativiteit en aanpassing om te zoeken naar de mogelijkheden die er wel zijn.

Lichaamstaal minder zichtbaar
Een ander nadeel is dat slechts een deel van de non-verbale communicatie overkomt via beeldbellen of telefoneren. Als behandelaar pik je minder op van wat de patiënt beleeft. En dat geldt andersom ook. De patiënt kan bijvoorbeeld veel minder goed aan de lichaamstaal van de therapeut zien dat deze meent wat hij of zij zegt. Je proeft, nu er van alles niet kan, wat nadrukkelijker sommige van de niet-specifieke factoren van therapie. Vind ik. Het mensen met ‘egards’ behandelen. Voor laten gaan bijvoorbeeld de spreekkamer in. Een concrete plek aanbieden die voor hen gereserveerd is die sessie. Letterlijk naar hen gericht plaatsnemen, elkaar echt aankijken. Het kon even allemaal niet. Niet voor iedereen is dat belangrijk. Maar er zijn zeker patiënten die dit nodig hebben om in de therapie aan de slag te kunnen met oefeningen en opdrachten of met reflecteren op gevoelens, gedachten, gedrag. Ook zijn er patiënten voor wie die specifieke ervaring zelf helpend is. En wezenlijk onderdeel uitmaakt van het herstelproces.

Kun je kort iets vertellen over je onderzoek?
We onderzoeken een nieuwe psychologische behandeling voor mensen met dwangklachten; IBA, de Inference Based Approach. Het is een behandelmethode waarbij de patiënt ontdekt dat het gevaar dat hij vreest nu niet aan de hand is. Maar dat het een denkbeeldig gevaar is. Iets wat in principe kan, maar waarvoor hier en nu geen aanwijzingen zijn. En dat gewone waarneming altijd antwoord kan geven op de vraag of het hier en nu nodig is om een veiligheidsmaatregel te nemen. Mensen ontdekken dat ze in situaties waarover ze geen obsessie hebben heel makkelijk op basis van waarneming vaststellen dat iets gevaarlijks nu wel of niet aan de hand is. En dat ze in principe datzelfde waarnemingsvermogen ook in obsessieve situaties kunnen gebruiken.

Denkbeeldige gevaren zijn veel enger en ongrijpbaar
Juist daarom is het voor sommige mensen nu zo interessant eigenlijk om te ontdekken dat Corona nu wél aan de hand is. En dat het om die reden is dat ze voor Corona niet banger zijn dan ieder ander. Denkbeeldige gevaren – allerlei nare dingen die zouden kunnen: het gas dat nog aan staat, de pedofiele neiging, de deur die niet op slot zit, de ongepaste opmerking die je op Twitter gemaakt hebt, het kind dat je gewurgd hebt – zijn veel enger dan echte gevaren. Omdat ze ongrijpbaar zijn. Omdat er altijd wel een mogelijkheid is die je over het hoofd gezien kan hebben. We vergelijken de effectiviteit en het ‘neurobiologische werkingsmechanisme’ van IBA met die van ‘cognitieve gedragstherapie’ (CGT). Deelnemers krijgen een behandeling met IBA of CGT en voor- en achteraf een hersenscan. Zes andere GGZ instellingen doen met ons mee. Ben je nog niet afgehaakt en wil je meer over het onderzoek weten? Kijk dan op www.arriba-studie.nl.

Heb je nog een tip?
Ik kom niet veel verder dan: ‘houd vol en zorg goed voor elkaar en jezelf’.

Henny Visser is psycholoog/psychotherapeut en werkt binnen het Centrum voor Psychotherapie in Ermelo op de afdeling ‘Marina de Wolfcentrum’ met patiënten met complexe angst- en dwangstoornissen. Daarnaast is zij binnen GGz Centraal onderzoeker en leidt zij de landelijke arrIBA studie. En zij is coördinator van onze onderzoekslijn angst- en dwangstoornissen. Dus begeleidt en leidt verschillende promovendi en GIOS op die in het kader van hun opleiding tot klinisch psycholoog wetenschappelijk onderzoek uitvoeren.