Word maar gewoon jezelf, dan komt het vanzelf goed

U bent hier :Home/Centrum voor psychotherapie/ervaringsverhalen/Word maar gewoon jezelf, dan komt het vanzelf goed

Mijn Zwaluw-geschiedenis begon al voor mijn start op zondag 28 januari 2018. Toen ik nl. in september 2017 opgenomen was op een crisisafdeling, werd ik door mijn ouders sterk onder druk gezet me aan te melden voor een klinische behandeling. Als ik mij niet zou aanmelden en geen motivatie zou tonen, zou ik op straat worden gezet.

Zij vonden de Zwaluw en hebben de aanmelding in gang gezet. Ik voelde me ontzettend onder druk staan; de motivatie kwam niet uit mezelf. Dit zorgde ervoor dat ik tijdens mijn intakegesprekken heb gelogen. Ik loog over automutilatie, suïcidaliteit en over mijn gewicht. Daarnaast maakte ik beloftes waar ik niet volledig achter kon staan.

Hoop
Al had ik ergens altijd nog wel een klein beetje hoop. Hoop dat het leven niet zo hoefde te zijn zoals ik het ervoer en hoop dat ik van mijn problemen af zou kunnen komen. Ik wist alleen niet hoe en waarvoor ik het zou doen. Mijn ouders zeiden dat ze die hoop hadden opgegeven.

Ik vertrouwde niemand
Toen ik in De Zwaluw kwam, was ik alleen maar met eten, dun willen zijn en met zelfmoord bezig. Deze twee dingen wisselden elkaar af. Ik had totaal geen behoefte aan sociaal contact. Ik zat weken tegen de verwarming op mijn laptop series te kijken of boeken te lezen. Ik durfde niemand aan te kijken. Ik vond ogen en gezichten doodeng.
Ik zei niets, behalve als er iets aan me gevraagd werd. Maar zelfs dan koos ik ervoor om non-verbaal of ‘passief agressief’ anderen op afstand te houden. Ik vertrouwde niemand. Mensen wilden mij pijn doen, ik zou alleen maar naar beneden worden getrapt en áls iemand aardig deed, zat er een addertje onder het gras.

Gewicht
Ik at veel te weinig. Ik voelde me misselijk en lichamelijk verzwakt, maar durfde dit nooit te zeggen, want dan viel ik door de mand. Mijn ‘eetmaatjes’ – die me met beter eten wilden helpen – durfden door mijn afwerende houding weinig tegen mij te zeggen, waardoor ik veel vrijheid had. Doordat ik mijn gewicht op de weegschaal vlak van tevoren beïnvloedde, bleef het cijfer gelijk, maar wist ik dat ik afviel. Al snel viel ik te veel af, wat niet meer te verbergen viel en kwam ik onder de minimum BMI-grens van 18.5. Ik heb hierdoor – om op voldoende gewicht te komen – weken in het zogenaamde basisprogramma gezeten. Naast het missen van veel therapieën mocht ik geen taken meer doen, niet meedoen aan sport en vaardigheidsmodules.

Dat vond ik allemaal niet erg. In deze tijd had ik nog een ‘duaal behandeling’ bij PsyQ lopen. Ik heb weken met mijn individuele behandelaar van PsyQ gebeld over hoe graag ik weg wilde, hoe graag ik wilde afvallen en anders zelfmoord wilde plegen.
Er volgden beleidsgesprekken. Ik had een week om op de minimale BMI-grens te komen, anders moest ik voor een week op ‘bezinning’. Het ging niet langer zo.
Ik moest een andere plek zoeken om in die week te verblijven, want mijn ouders hadden mij verteld dat ik bij hen doordeweeks niet welkom was.
In plaats van dat dit mij motiveerde om aan te komen, demotiveerde dit mij en ging ik op hetzelfde manier verder als dat het ging. Op een wonderlijke manier was ik die week later wel op mijn minimale gewicht en mocht ik blijven. Mijn gewicht is die weken erna gelijk gebleven.

Toen kwam het moment waarop ik suïcidaal werd. Ik liep weg na bepaalde therapieën, deed suïcidale uitspraken of rende naar het spoor. Ik had tijdens mijn examen Frans, waarvoor ik een ochtend weg mocht, een suïcidepoging gepland maar die heb ik nooit kunnen uitvoeren. Mijn examen heb ik wel gehaald.

Keuze
Er volgde weer een beleidsgesprek met mijn sturend behandelaar. Stafleden deden mij niets in deze tijd. Ze stonden veel te ver van mij af en ik wist niet eens wat hun namen waren. Ik vond dat ze mij niet zagen en was boos. Boos op hen. Boos op mijn ouders. Boos op iedereen.
In dit beleidsgesprek werd mij een keuze voorgelegd. Óf ik koos voor euthanasie en dan zou mijn behandelaar met mij dit traject in gang zetten. Óf ik koos voor de behandeling, maar dan ook wel echt voor 100%. Ik zou niet meer weglopen, niet meer mezelf beschadigen, geen zelfmoordpogingen meer plannen, boven mijn minimale gewicht blijven en gaan eten.

Jaren wilde ik dood en heb ik serieuze pogingen hiertoe gedaan. Maar de manier waarop mijn psychotherapeute deze keuze aan mij gaf, de manier waarop ze het zei, deed mij iets voelen wat ik nog nooit eerder had gevoeld. Er werd mij een keuze voorgelegd, in plaats van motivatie opgelegd. Ook hoorde ik een bepaald soort zorg in haar stem die ik niet kende.
Zij was de eerste persoon, dit was het eerste gesprek wat diep tot mij doordrong in jaren. Al die tijd was ik ervan overtuigd dat ik dood wilde, maar op dat moment voelde ik een ontzettend grote angst voor de dood. Mijn hoop voor het leven, die ik bijna nooit voelde, was op dat moment sterk aanwezig.

Ik kreeg een dag om over de keuze na te denken, maar in het beleidsgesprek zelf zei ik al dat ik voor de behandeling wilde gaan. Ik kon niet geloven dat dat uit mijn mond kwam, maar het was écht zo.

Verandering
Daarna begon ik te veranderen. Ik zag nog steeds de zin van het leven niet in, maar wilde me openstellen voor andere mensen. Ik nam me voor dat ik eerlijk zou zijn en echt niet meer wilde liegen. Ik zocht zelf een ‘eetmaatje’ en pakte het eten op. Ik ging uitdagingen aan en probeerde steeds meer op mijn gevoel te eten in plaats van een strikte eetlijst te volgen.

In deze periode kwam ik veel in gewicht aan. Ik kon de angst niet verdragen en ben ter plekke en zonder dat anderen het wisten met al mijn medicatie gestopt in de hoop daardoor af te vallen. Uiteindelijk heb ik dit wel openlijk gezegd, omdat ik me heel schuldig voelde. Ik verwachtte enorm veel boosheid, maar die kreeg ik nauwelijks.
Naast de boodschap dat ik dit natuurlijk echt niet kon doen, kreeg ik begrip en maakten mensen zich zorgen over mij. Ik snapte het niet. Ik was een vreselijk persoon, een monster. Dus waarom maakten mensen zich daar druk om? Ik hoorde de zorgen, maar begreep het niet. Ik kreeg zo’n tegengestelde reactie dan ik gewend was. Ik was hierdoor enorm in de war, maar het motiveerde mij des te meer om open en eerlijk in de behandeling te staan.

Eindelijk
In therapie durfde ik eindelijk dingen te vertellen. Al snel kwam mijn thuissituatie aan bod. Ik kwam erachter dat ik toch anders ben opgevoed dan ik dacht en verdiende. Naast de dingen waar ik dankbaar voor ben, heeft mijn leven ook bestaan uit passieve agressiviteit, leugens en voorwaardelijke liefde.
Ál die tijd, ál die jaren was ik er volledig van overtuigd dat alles aan mij lag. Dat mijn thuissituatie ‘normaal’ was en ik dus niet moest en mocht klagen. Ik ben niet mishandeld, niet geslagen, er is niemand overleden, mijn ouders zijn niet gescheiden… Het móest wel aan mij liggen. Dit is wat mijn moeder mij nog steeds vertelt en wat ik altijd heb geloofd.
Dit was nou eenmaal wat het leven te bieden heeft. Orde. Voorwaarden. Structuur. Volledige controle. Ik wist niet wat liefde was.

Groot verschil
Hoe langer ik in de Zwaluw was, hoe meer ik wist hoe graag ik hier wilde blijven. De situatie thuis veranderde niet en het verschil tussen de Zwaluw en mijn gezin was groot. Ik heb hier heel veel moeite mee gehad en heb dat nog steeds. De voor mij kille, afstandelijke en afwijzende sfeer in mijn gezin staat haaks op de liefdevolle omgeving hier.

Toen ik steeds meer eigen onderwerpen in de therapie begon in te brengen, viel mijn depressieve kant weg. Ik merkte dat ik me niet meer leeg voelde. Ik voelde zelfs geluksmomentjes. Ik wilde deze zó graag vasthouden, want ik wilde me vaker zo goed voelen. Dit sloeg door naar mezelf overschreeuwen. Door het overschreeuwen stond ik nog steeds niet stil bij mijn echte gevoelens. Hier ben ik keihard mee op m’n bek gegaan. Letterlijk, want ik kreeg paniekaanvallen.

Verdriet én geluk
De eerste keer dat ik echt huilde weet ik nog heel goed. Ik zat in de sociotherapiegroep en mijn vaste sociotherapeut merkte op dat ik verdrietig was. Dit wilde ik echter niet toelaten. Ze zei tegen mij dat het heel goed was om mijn verdriet meer te voelen. Dat ik alle recht heb om verdrietig te zijn. En weer was het de toon die mij daadwerkelijk iets heeft doen inzien en doen voelen. Die middag heb ik dit – toen ik zelf huilde – voor het eerst als positief en opluchtend ervaren.
Ik begreep niet hoe zowel groepsgenoten als stafleden zo liefdevol tegen mij konden zijn. Zo zorgzaam. Ik begreep niet hoe mensen in het algemeen zo konden zijn. Ik wist niet dat het bestond. Dat mensen aan vergeving deden en verder gaan.

Ik ben hier gaan ontdekken wat liefde is. Stafleden hebben hier een bijdrage in gehad, maar ook groepsgenoten. Ik kwam erachter wat ik in mijn leven heb gemist. Gevoelens en onvoorwaardelijke liefde. In dit jaar heb ik me voor het eerst ook echt gelukkig gevoeld, veilig en vrij. Vrijheid om mezelf te ontwikkelen en te ontdekken wie ík ben.

Oefening
Mijn non-verbale communicatie en kritische kant zijn in de behandeling ook niet te missen geweest. Niet iedereen kon dat hebben en dat heb ik op verschillende manieren teruggekregen, ook op negatieve wijze. Dat vond ik heel moeilijk. Mijn hele leven ben ik een stil, lief, zorgend meisje geweest dat alleen maar dingen deed wat anderen wilden. Ik kreeg, los van mijn gezin, voor het eerst onvrede op persoonlijk vlak in plaats van problematisch vlak.
Voor mij was het vooral een oefening om te kijken of ik ging luisteren naar de ander en weer ging doen wat ik altijd deed: mezelf volledig aanpassen aan de ander.
Ik heb het bij bepaalde dingen geprobeerd; bijvoorbeeld voor een dag een zeer gesloten gezichtsuitdrukking behouden zodat mensen zich oprecht zouden afvragen wat ik zou denken. Volgens mij is dit gigantisch mislukt en naast dat ik geen woord van therapie heb gevolgd, voelde ik me allesbehalve mezelf.

Ontdekken
Ik was enorm kritisch en hard voor mezelf. Ik kon de ’voedende/zorgende ouder’ van anderen naar mij toe wel horen en later ook ontvangen, maar had ‘m zelf totaal niet in me zitten. Hier heb ik nog steeds moeite mee, al sta ik liefdevolle gedachtes naar mezelf zeker toe. Ik neem dit mee naar mijn vervolgbehandeling. Wat liefde en houden van is, wil ik ook nog verder ontdekken.

Een groepsgenoot heeft vaak tegen mij gezegd dat ik in dit jaar eigenlijk mijn hele opvoeding opnieuw heb moeten doen. En zo voelde het ook. Ik heb het gevoel dat ik opnieuw ben opgevoed door de therapeuten en groepsgenoten, maar dan met een keuzemogelijkheid en verstand dat een klein kind niet heeft.
Ik ben enorm gaan puberen en dingen gaan uitproberen. Ik ben het thema seksualiteit gaan ontdekken, omdat ik daar helemaal niets over wist. Ik ben grenzen op gaan zoeken en er ook zeker overheen gegaan. Na deze hele fase, die natuurlijk nog niet hélemaal over is, ben ik steeds meer stil gaan staan bij mijn ‘kleine kind’. Kwetsbaarheid, veiligheid, aandacht en liefde nodig hebben, waren dingen die vaak terugkwamen.

Weer kind mogen zijn
Ik loop tegen deze dingen eigenlijk nog het meeste aan. Ik wil klein zijn. Ik wil niet altijd sterk hoeven zijn. Ik wil opgevangen worden, ik wil dat er voor me gezorgd wordt. Ik wil op schoot kruipen, huilen en vastgehouden worden.
Ik ben hier meer kind geweest dan in mijn hele jeugd. Mijn beer die hier veel heeft rondgehangen, is daar slechts een voorbeeld van. Ik heb hier kunnen spelen en onbezorgd kunnen zijn.

De psychotherapeute van mijn groep heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontdekken hiervan. Ik had gevoelens en verlangens bij haar die mijn moeder nooit heeft kunnen vervullen. Ik schaamde me er enorm voor dat ze er waren. Ik wilde het niet voelen. Ik heb met veel pijn en moeite mijn diepste verlangens uitgesproken. Ik heb me nog nooit zo klein en kwetsbaar gevoeld. Ik heb veel steun, acceptatie en begrip gekregen, zowel van mijn groepsgenoten als van mijn psychotherapeute. En dat verbaasde me opnieuw. Daarna was ik van slag en opgelucht tegelijk. Dit was voor mij een ontzettend positieve bevestiging hoe goed het kan zijn om kwetsbaar te zijn. Tegen al de negatieve ervaringen van thuis in.

Zoeken naar een betere relatie
De wijze waarop mijn moeder mij ziet en met mij omgaat is helaas geen verleden tijd en gaat nog steeds door. Ik heb in een laatste systeemgesprek met haar geprobeerd voor ons beiden pijnlijke ervaringen van vroeger te bespreken om zo wederzijds meer begrip te krijgen en te kunnen zoeken naar een betere relatie, maar daar stond ze uiteindelijk niet voor open. Dit vind ik heel pijnlijk en ik blijf met veel emoties en vragen zitten. Ik weet niet hoe het verder gaat lopen en dat maakt me bang. Het is een onderwerp met een open en moeilijk einde.

Liefde en aandacht die ik van mijn ouderlijk gezin wilde, heb ik niet gekregen in de mate die ik nodig had. Dit heb ik in zekere zin bij groepsgenoten en bij de staf gezocht en ook ervaren. Uiteindelijk heb ik altijd geweten dat ik stafleden zou moeten gaan loslaten en dat het hoe dan ook op een ‘werkrelatie’ neerkomt. Liefde die ik wilde moest ik dus echt vanuit mezelf zien te halen.

Hard gewerkt
Ik heb hard gewerkt aan mijn ‘behandelcontract’ en kan nu zeggen:

  • Ik ben oprecht blij dat ik leef.
  • Ik ben mezelf geworden en schaam mij hier niet voor.
  • Ik ben losgekomen van mijn tweelingzus en voel me een individu in plaats van ‘de mindere van de twee’.
  • Ik heb mijn anorexia, depressie en zelfbeschadiging overwonnen en heb hier zelfs geen neigingen meer naar. Ik geniet van eten, ik vind mezelf mooi en ben trots op wie ik nu ben.
  • Ik heb mezelf toegestaan alle emoties te voelen en te uiten.
  • Ik heb oprecht gelachen en me gelukkig gevoeld. Ik heb me heel erg verdrietig gevoeld, boos en af en toe eenzaam.
  • Ik ben veel meer gaan loslaten wat anderen van mij vinden en denken.
  • Ik weet wat mijn grenzen zijn, ga daar nog wel eens overheen, maar leer van de gevolgen.

Ik heb alle stukjes moeten zoeken en vinden. Maar nu is mijn puzzel gevormd.

Meer dan behandeling
De Zwaluw was voor mij veel meer dan een behandeling. De mensen hier waren mijn familie. Het was mijn thuis. Dit was de eerste plek in mijn leven waar ik mij veilig voelde, geaccepteerd en geliefd. Ik heb hier helemaal mezelf mogen zijn. Ik ben hier heel diep gegaan, heb fouten gemaakt, maar leerde dat er vergeving en liefde bestaat.

Nu ben ik vrij en ik leer steeds meer om mezelf die steun te geven. Daarom kan ik met een gerust hart zeggen: Met alle liefde die ik om en in mij heb, reis ik met mijn kleine ik in vertrouwen naar ons eigen thuis. Of zoals bij mijn intake werd gezegd, maar dan anders:
Word maar gewoon jezelf, dan komt het vanzelf goed.

Een 20-jarige ex-cliënte van de Zwaluw